Na een zwangerschap van 40 weken wordt Martijn geboren
op 11 november 1996. De bevalling verliep vrij vlot en er leek niets aan de
hand te zijn met Martijn. Na ongeveer 14 maanden, direct na het halen van zijn
BMR spuit zakte zijn spraak helemaal weg.
Woordjes als papa, mama, opa, oma, klok, ballon etc. werden niet meer door
hem gezegd. Als je zijn naam noemt reageert Martijn niet of nauwelijks terwijl
dat van te voren wel het geval was. (we hebben nog steeds het gevoel dat we hem
toen zijn "kwijtgeraakt")
Een nicht die op bezoek komt wijst ons erop dat hij
wellicht slecht hoort, zij heeft hetzelfde met haar dochter meegemaakt toen die
klein was. Dus naar de KNO arts, die constateert dat hij aan één zijde helemaal
niets hoort en aan de andere zijde maar voor 30%. Daarop wordt besloten zijn
neusamandelen te verwijderen en buisjes te plaatsen.
Dezelfde dag na de operatie verrast Martijn ons door
woorden te herhalen die we nog niet eerder uit zijn mond hebben gehoord, zoals
het woord "klimmen". Echter na 3 tot 4 dagen ebt dit effect langzaam
weg. Hierop geeft Irma aan dat er volgens haar iets met Martijn aan de hand is,
terwijl Jan nog steeds het gevoel heeft dat hij alleen wat traag is in zijn
ontwikkeling, how wrong was he!!
Langzaam aan zien we steeds meer dwangmatigheden en
fixaties bij Martijn ontstaan, zo loopt hij altijd met een plastic lepel in
zijn hand en is hij gefixeerd op allerlei lampjes. Hem corrigeren is erg
lastig, zo niet onmogelijk.
Op het bureau is er volgens de behandelende artsen
niets met Martijn aan de hand, maar als we hem naar het kinderdagverblijf
brengen zien we pas echt de grote verschillen met leeftijdsgenootjes. De
verdeling van de begeleiding is na de komst van Martijn niet evenredig, Martijn
heeft een één op één begeleiding terwijl de rest van de groep in groepjes van
ongeveer7 a 8 kinderen werkt.
Via de huisarts komen we terecht bij de Herlaarhof, waar
Martijn wordt onderzocht. Daar komt men tot de conclusie dat Martijn een
stoornis in het autistisch spectrum (hij is een kernautist) en een algehele ontwikkelingsachterstand
heeft.
Dan begint er een zoektocht langs medische centra,
alternatieve therapieën voedingssupplementen enz. enz. Je kan het zo gek niet
bedenken of we hebben het geprobeerd in de loop der jaren als we dachten dat
Martijn er beter van zou worden
Zo komt er vast te staan dat Martijn een
chromosomentranslocatie heeft tussen 2 en 6. Met andere woorden er is een stukje
van chromosoom 2 naar 6 gegaan en omgekeerd. Een toevalstreffer en uniek
volgens de behandelend arts omdat wij beiden geen translocatie hebben.
Martijn is ondertussen thuis steeds moeilijker te
corrigeren en drijft ons soms tot wanhoop. Op het moment dat het thuis echt
niet meer gaat, is het na veel aandringen en voordat de indicatie wordt
afgegeven mogelijk om Martijn verschillende dagdelen te plaatsen op OPD Int
Corenvelt te Veghel, waar we in eerder stadium zijn wezen kijken. Dit zorgt
thuis voor wat lucht.
Martijn blijkt erg veel zorg te vragen. Zowel thuis als
op het OPD heeft hij een één op één begeleiding nodig om er voor te zorgen dat
hij geen gevaar oplevert voor zijn omgeving en voor zichzelf. Hij blijft erg
dwangmatig, en als we voor het ene een oplossing hebben gevonden, of we hebben hem kunnen
afleiden van dat gedrag, dan dient zich het volgende al weer aan. Ook blijkt
Martijn een zeer slechte slaper, die van 1 tot 5 keer in de week 's nachts
vroegtijdig wakker wordt, meestal tussen 2.00 uur en 5.00 uur. Nadat hij wakker
is slaapt hij niet meer in, waardoor één
van ons 'de wacht gaat houden' bij hem op zijn slaapkamer.
Martijn blijkt op school en thuis erg inventief, als
hij iets wil, dan kan hij het ook. Hij lijkt een zesde zintuig te hebben voor
als er niet op hem gelet wordt, dan is hij meteen weg om kattenkwaad uit te
halen of iets anders te gaan doen wat hij wil.
Omdat Martijn zich erg interesseert voor letters en in
iets mindere mate voor cijfers wordt er eind 2005 een project opgestart,
Zorg/onderwijs. Hierbij worden de schoolse vaardigheden op het niveau van het
kind aangeboden, terwijl ook de nodige zorg/begeleiding wordt gerealiseerd.
Eind 2006 besluiten we een hond te nemen omdat onze
dochter dit graag wil en er vaak positief gereageerd wordt op dieren door
autisten. Martijn vind Fame leuk maar reageert in het begin weinig als de hond
in de buurt is.In 2007 krijgen we de mogelijkheid om mee te doen aan een sessie dolfijnentherapie te Harderwijk. In totaal doen we 10 sessies mee in twee blokken, een blok van 7 sessies en een blok van 3 sessies. Daarna zien we o.a. dat Martijn zich veel meer voor dieren gaat interesseren. Dit zien we ook terug bij onze hond Fame die steeds meer zijn maatje wordt.
Zijn "tics/dwangmatigheden" wisselen nogal
eens. Brandmelders zijn op dit moment erg favoriet, als hij de kans krijgt
drukt hij het brandalarm in, waarna hij erg "kickt" op de paniekerige
roerige situatie erna.
Ook blijkt hij een goed gevoel voor humor te hebben, en
komt regelmatig met opmerkingen op het juiste moment waar wij weer erg om
kunnen lachen. Verder is hij meestal vrolijk, niet agressief en gelijkmatig
gestemd.
Kortom een vijftienjarige knul waar we regelmatig van
genieten en mee kunnen lachen, en anderzijds een jongen die ons stelselmatig
leegt zuigt qua energie en continu onze aandacht en zorg nodig heeft.
Wij hebben nu voor dolfijnentherapie in Curaçao gekozen,
omdat Martijn dan ook in het water mag zwemmen met de dolfijnen en er dus meer
lichamelijk contact is met de dieren.
Wij hopen door nog een keer aan de dolfijnentherapie
deel te nemen een betere basis voor Martijn te behalen, zodat hij wat rustiger
wordt en beter gaat slapen. Wij denken dat de dolfijntherapie op een goed
moment komt, omdat hij zich steeds meer interesseert voor dieren. Als we op een
hoger niveau verder kunnen bouwen, gaat zijn ontwikkeling ook weer wat sneller,
en daar profiteren we met het hele gezin weer van.